Groep Groenboek

Uit Wikimedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
English

Over de groep Groenboek

Op deze pagina wordt de reactie voorbereid op het Groenboek Auteursrecht in de kenniseconomie, zie Afbeelding:Aut.pdf. Dit document is gepubliceerd door de Europese Commissie op 16 juli 2008. Reacties moeten worden gegeven op uiterlijk 30 november 2008.

Op 2 oktober is er een consultatiebijeenkomst van het Ministerie van Justitie waar onder andere Wikimedia voor is uitgenodigd.

Op de algemene ledenvergadering van de Vereniging Wikimedia Nederland op 14 september 2008, is een groep groenboek gevormd, die mandaat van de leden heeft gekregen om de reactie voor te bereiden. De reactie wordt verstuurd door de voorzitter van de VWN.

De groep groenboek bestaat uit 5 personen, waaronder Fruggo, Marco en Elly.

links

specifieke doelstellingen

De discussie voorafgaand en tijdens de algemene vergadering leverde een lijstje meer specifieke doelstellingen op. Die hieronder als stelling geformuleerd worden weergegeven. Daarachter is aangegeven onder welke vraagpunten uit het Groenboek zij in onderstaande conceptreactie zijn verwerkt.

  1. Er moeten meer mogelijkheden komen om Europese overheidsinformatie te gebruiken onder een vrije licentie (2)
  2. De termijnen waarover het auteursrecht geldt dient niet verlengd te worden, maar eerder bekort (10,11)
  3. Fair use, zoals dit in de VS bestaat, moet mogelijk worden in Europa (24)
  4. Een duidelijke, simpele, procedure voor gebruik van verweesde werken is nodig, die ook werkbaar is als de rechthebbende weer opduikt. Genoegdoening met terugwerkende kracht moet niet mogelijk zijn (10)
  5. Het panoramarecht moet binnen Europa worden geharmoniseerd (3,12)
  6. De toegang tot broninformatie moet worden verbeterd (n.b. dit sluit aan bij de uitzonderingen op het auteursrecht voor bibliotheken) (6,7)
  7. Het Europese culturele erfgoed moet worden ontsloten, of liever nog vrijgegeven (7)
  8. Er moeten duidelijke regels komen voor uitingen die zijn gedaan tijdens dienstverband (" Mag het van mijn baas onder een vrije licentie gepubliceerd worden?") (2)

REACTIE

Deze pagina maakt deel uit van een archief. Gelieve deze niet meer te bewerken.


De PDF-versie van deze brief staat hier: Bestand:20081123 Brief Groenboek aan EU.pdf

Utrecht, 23 november 2008

Geachte leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen,

Graag maakt de Vereniging Wikimedia Nederland gebruik van de mogelijkheid om te reageren op het Groenboek Auteursrecht in de kenniseconomie.

In het Groenboek stelt u een aantal concrete vragen, en daarnaast nodigt u uit commentaar in te dienen over alle andere vraagstukken die in het Groenboek worden aangeroerd. Hiervan maakt Wikimedia Nederland graag gebruik. Eerst gaan wij in op onze rol en geven een aantal overwegingen over de bestaande auteurswetgeving. Daarna volgt een beantwoording van uw vragen.

Een vertaling in het Engels van deze reactie is als bijlage toegevoegd.

Vereniging Wikimedia Nederland en haar auteursrechtenbeleid

Vereniging Wikimedia Nederland is opgericht in 2006 en heeft tot doel om vrije en/of vrij toegankelijke informatie in enigerlei vorm te verzamelen en ontsluiten, vast te leggen en te bevorderen. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de vrijwilligers van de Wikimedia-projecten. Leden van de vereniging zijn in het algemeen ook actief op deze projecten, zoals Wikipedia (vrije encyclopedie), Wikibooks (vrije boeken), Wikinews (vrij nieuws), Wikisource (vrije bronnen) en Wikimedia Commons (vrije foto's en andere media). De Vereniging Wikimedia Nederland is een erkend chapter van de Wikimedia Foundation, die gevestigd is in de Verenigde Staten. Ook deze Foundation heeft een op vrije licenties gericht auteursrechtenbeleid.

Met vrije informatie wordt in dit verband niet zozeer bedoeld dat de informatie gratis is. Vrij moet worden uitgelegd in de zin van GNU Free Documentation Licence (GFLD), dat wil zeggen dat de informatie vrijelijk hergebruikt kan worden, echter met vermelding van de belangrijkste auteurs. De maker geeft met de GFDL licentie iedere gebruiker de vrijheid om zijn werk te kopieren, te veranderen, elders te gebruiken, etc. Daarbij geldt de voorwaarde dat ook het gewijzigde werk weer onder dezelfde licentie valt. De GFDL is een voorbeeld van een vrije licentie. Er vindt afstemming plaats met andere vrije licenties, zoals Creative Commons die heeft ontwikkeld, met het oog op het versterken van openheid en interoperabiliteit.

Wikipedia, als een van de projecten van de Wikimedia Foundation, is dus een rechtenvrije encyclopedie.

Overwegingen over de bestaande auteurswetgeving

Het Groenboek neemt de bestaande auteurswetgeving als uitgangspunt en signaleert aan de hand daarvan een aantal mogelijke knelpunten. Met name wordt ingegaan op verschillen in nationale wetgeving (en/of uitvoering) waardoor rechtsonzekerheid kan ontstaan. Ons inziens zou er daarnaast aandacht moeten zijn voor een aantal meer fundamentele vragen over het auteursrecht. Zo stelt het Groenboek in paragraaf 1.2 (Bestek van het Groenboek) dat 'een hoog niveau van bescherming van het auteursrecht [...] van fundamenteel belang [is] voor intellectuele schepping'. Bij de totstandkoming van de auteurswetgeving werd inderdaad een hoog beschermingsniveau van fundamenteel belang beschouwd voor intellectuele schepping. In de huidige maatschappij is dat echter geen vanzelfsprekendheid. Een groeiend aantal auteurs (onder andere musici en schrijvers) doet geheel of gedeeltelijk afstand van zijn/haar auteursrecht. Niet alleen via internet - waarop steeds meer werken vrijgegeven worden; bekende voorbeelden zijn de Wikimedia-projecten zoals Wikipedia en Commons, maar bijvoorbeeld ook Flickr en Tribe of Noise - maar ook in meer traditionele media als boeken. Dit betekent niet dat deze auteurs ophouden met het scheppen van werken. Het (gedeeltelijk) afstand doen van het auteursrecht betekent voor deze auteurs juist een zekerheid dat hun werken een lang leven beschoren zal blijven. Door de laagdrempelige verspreiding van werken via internet bereiken auteurs een veel groter publiek dan via de traditionele uitgevers.

Ook de levendige opensoftware-industrie laat zien dat het gebruik van vrije licenties wel degelijk interessant kan zijn voor de producenten.

Andere maatschappelijke trends

Publieksgerichte media

Daarnaast bestaat er een sterke trend dat traditionele media, zoals kranten en tijdschriften, hun inhoud gratis ter beschikking stellen. Zij verkrijgen hun inkomsten steeds vaker via adverteerders, in plaats van via betalende abonnees. De websites van veel kranten zijn dan ook rijkelijk voorzien van advertenties. De consumenten van deze producten betalen dus niet meer voor de inhoud hiervan, maar alleen voor het transport van de informatie naar hun woning of werkplek. Ook veel televisie- en radioprogramma's zijn gratis te beluisteren via internet. Wat is dan nog het werkelijk belang van de programmamakers om hun auteursrechten te beschermen, als zij in de praktijk toch geen inkomen verkrijgen uit latere verspreiding? De belangen van de gebruikers van die programma's zijn wellicht groter dan de belangen van de producenten. Een vrij gebruik van krantenartikelen, televisieprogramma's etc, zorgt voor een verdere verspreiding van informatie, en daarmee een beter gebruik van de relevante delen daarvan. Ook anderssoortige werken, die traditioneel een commercieel oogmerk hebben, worden in toenemende mate door auteurs gratis verspreid (denk bijvoorbeeld recent aan cd's van Radiohead en Marillion).

Overheden

Ook verschillende overheden hebben een beleid ontwikkeld om informatie op enige manier vrij te geven. Zo staat op de website van de Europese commissie het volgende:

Auteursrechtaanduiding
© Europese Gemeenschappen, 1995-2008
Reproductie met bronvermelding toegestaan, tenzij anders vermeld. Indien voor de reproductie of het gebruik van tekstfragmenten of multimedia-informatie (geluid, beelden, software enz.) voorafgaande toestemming vereist is, wordt hiermee de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk aangegeven worden.

De Europese overheden zouden in dit verband een voorbeeld kunnen nemen aan het beleid van de Amerikaanse overheid. In de V.S. is alle informatie die door de federale overheid wordt verzameld vrij beschikbaar. In de EU is dat niet het geval. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat NASA-foto's overal op internet, in kranten, boeken en tijdschriften, te vinden zijn en dat de ESA-foto's nauwelijks verspreid worden. Dit heeft ook gevolgen voor de publieke opinie. De NASA is hierdoor veel bekender, en wellicht ook populairder dan de ESA. Dit werkt ook door in projecten als Wikipedia. Zelfs op de Franstalige Wikipedia is het artikel over de NASA veel diepgaander, interessanter en beter geillustreerd, dan dat van de ESA (stand van zaken op 10 oktober 2008).

Samenwerking

De huidige internetmaatschappij is steeds meer gericht op samenwerking. Om effectief samen te werken voldoet het traditionele auteursrecht niet en is gebruik van vrije licenties noodzakelijk. De samenwerking via internet is internationaal. In de Wikimedia-projecten wordt dat heel duidelijk; artikelen worden vertaald onder dezelfde vrije licenties, en er is een gemeenschappelijke beeldbank. Door deze internationale samenwerking ontstaat onduidelijkheid over de toepasselijke auteurswetgeving: niet alleen doordat de wetgeving van EU-landen onderling verschilt, maar ook doordat de EU-wetgeving (sterk) afwijkt van de auteurswetgeving in landen buiten de EU (bijvoorbeeld in de Verenigde Staten van Amerika).

De traditionele auteur?

In het Groenboek lijkt een onderscheid gemaakt te worden tussen de traditionele auteur en de auteur die (zijn) content (bijvoorbeeld op weblogs) publiceert (de "amateur-auteur"); aan de eerste lijkt in het Groenboek een hoger beschermingsniveau toegekend te worden. Dit is echter een kunstmatig onderscheid: beide zijn auteur en verdienen een gelijke bescherming. Immers, waar nimmer onderscheid is gemaakt tussen de amateur-schilder en de professionele schilder, ligt een onderscheid tussen bijvoorbeeld de weblogauteur en overige auteurs niet voor de hand. Bovendien kan dezelfde persoon in verschillende rollen optreden. Een wetenschapper kan bijvoorbeeld zowel een weblog bijhouden en een eigen boek publiceren als in wetenschappelijke tijdschriften publiceren.

Doordat in het Groenboek uitgegaan wordt van de bestaande auteurswetgeving, lijken de onderzoeker/student en de auteur tegenover elkaar geplaatst te worden, waarbij beiden tegenstrijdige belangen zouden hebben. Dit lijkt voorbij te gaan aan het feit dat de onderzoeker/student in het algemeen ook auteur is. De rechtsregel die een persoon in zijn rol als auteur beschermt, beperkt hem/haar in zijn rol als onderzoeker/student. Dit vraagt om een zeer zorgvuldige beschouwing van de belangen van auteurs: het beschermen van het auteursrecht van een auteur is niet in het belang van alle auteurs, in het bijzonder niet in het belang van die auteurs die zelf onderzoeker/student zijn. Het zou in het belang van de ontwikkeling en de betaalbaarheid van het onderwijs zijn als meer werken met een beperkter auteursrecht zouden verschijnen.

Het standpunt van Wikimedia Nederland

Gezien bovenstaande overwegingen en de doelstelling van de Vereniging zou het uitgangspunt voor auteurswetgeving moeten zijn:

het belang van de instandhouding, ontwikkeling en verspreiding van intellectuele schepping

De auteurswetgeving dient er toe te leiden dat kennis en cultuur ontwikkeld worden en dat de vooruitgang daarvan bewerkstelligd wordt. De auteurswetgeving zou minder op exclusiviteit, en meer op samen delen gericht moeten zijn. Er is een nieuw economisch model in opkomst waarin exclusiviteit niet meer vanzelfsprekend is, of zelfs contraproductief is. Het delen van kennis en cultuur is van fundamenteel belang voor hedendaagse intellectuele schepping. Dit uitgangspunt impliceert derhalve niet per se de bescherming van enkel de rechthebbende.

Wellicht suggereert bovenstaande dat de Vereniging Wikimedia Nederland het auteursrecht zeer wil beperken. Dat is niet het geval. In het bijzonder wil Wikimedia Nederland niet tornen aan reeds bestaande rechten. Dit beleid werkt diep door in de informatie die op de Wikimedia-projecten beschikbaar is. Alle informatie en media zijn in die projecten beschikbaar onder vrije licenties, en kunnen onbeperkt en zonder toestemming elders worden hergebruikt. Wikimedia Nederland wil enkel benadrukken dat het beschermen van de belangen van een rechthebbende niet vanzelfsprekend hoeft te zijn, en zelfs indruist tegen andere - zeer zwaarwegende - belangen, zoals goed en betaalbaar onderwijs en het fundamentele recht van een ieder op ontwikkeling.

Balans en keuzemogelijkheden

De Vereniging Wikimedia Nederland constateert dat in het Groenboek herhaaldelijk gesproken wordt over 'de juiste balans'. Er wordt echter niet toegelicht hoe die juiste balans er uit ziet; wanneer de belangen van de verschillende betrokkenen in balans zijn. Het Groenboek lijkt te suggereren dat er sprake is van 'de juiste balans' indien de rechten van de auteur voldoende beschermd worden. Volgens Wikimedia Nederland wordt het belang van de gebruiker hierin onvoldoende gekend en is van 'de juiste balans' in ieder geval geen sprake (meer) indien gebruikers door aanpassingen van de auteurswetgeving in hun nu bestaande rechten beperkt worden.

Wat Wikimedia Nederland wel van belang vindt, is dat auteurs zich bewust zijn van de keuzemogelijkheden die zij hebben als zij een werk scheppen, waardoor auteurs bij de schepping kunnen afwegen of zij (in het ene uiterste) hun werk volledig vrij willen geven, dan wel (in het andere uiterste) ervoor kiezen hun werk volledig te beschermen. Daarnaast ligt het voor bepaalde auteurs wellicht in de rede dat hun werk automatisch wordt vrijgegeven. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn voor auteurs die in opdracht van de rijksoverheid werken aan voorlichtingsmateriaal.

De huidige auteurswetgeving vereist een actieve handeling van de auteur om kenbaar te maken dat hij op basis van het auteursrecht anderen vrijheden wil geven om zijn werk te kopiëren of verder te verspreiden. De maker kan hiermee uitbreiding geven aan de beperkingen, die al opgenomen zijn in het stelsel van het auteursrecht. Voor een aantal auteurs geldt dat zij een (financieel) belang hebben bij het zo min mogelijk beperken van het auteursrecht. In het algemeen zal echter gelden dat de auteur zich niet realiseert dat hij een keuze heeft: namelijk om zijn werk al dan niet vrij te geven, en welke mogelijkheden er bestaan tussen de twee uitersten, exploitatie op basis van exclusiviteit ofwel het volledig in het publiek domein plaatsen. Dit laatste is binnen de EU zelfs niet mogelijk.

Vraagpunten uit het Groenboek

Hieronder volgt de reactie van Wikimedia Nederland op de vraagpunten uit het Groenboek.

Inleiding

Algemene vraagstukken

(1) Moeten contractuele afspraken tussen rechthebbenden en gebruikers over de toepassing van auteursrechtelijke beperkingen worden aangemoedigd of moeten daarvoor richtsnoeren worden opgesteld?

Deze vraag verraadt een vooronderstelling die op gespannen voet staat met het streven de kennissamenleving te ontwikkelen. De ontwikkeling van de kennissamenleving berust in belangrijke mate op mensen en organisaties die zowel rechthebbende als gebruiker zijn en die ervoor kiezen werk op voet van gelijkheid met elkaar te delen. De gebruikers hebben evengoed aanspraak op een hoogwaardige rechtsbescherming als de rechthebbenden van werken. Regelgeving eenzijdig blijven richten op verhoudingen uit het industriële tijdperk werkt averechts voor de ontwikkeling van de kennissamenleving. Belemmeringen voor hergebruik van werken remmen immers de gewenste verspreiding en ontwikkeling van kennis.
Dit raakt niet alleen de inhoud van het auteursrecht, maar ook de wijze waarop dit vorm krijgt en wordt gehandhaafd. Het auteursrecht regelt niet alleen verhoudingen tussen professionele partijen en passieve consumenten of professionele partijen onderling. Steeds meer gewone burgers vermengen 'maken' en 'gebruiken'. Het auteursrecht kan alleen zijn rechtskarakter behouden als het voor dit soort gebruikers kenbaar is. Dit is een vraagstuk waarmee de Wikimedia-projecten voortdurend te maken hebben.

(2) Moeten contractuele afspraken tussen rechthebbenden en gebruikers over andere aspecten niet onder de auteursrechtbeperkingen vallen, worden aangemoedigd of moeten daarvoor richtsnoeren of modellicenties worden opgesteld?

In elk geval bepleiten wij dat vrije licenties aangemoedigd moeten worden. De ontwikkeling van vrije licenties als de GFDL en Creative Commons vindt momenteel plaats binnen de samenleving zonder directe overheidsbemoeienis of regelgeving. Deze manier van werken is flexibel en doet recht aan het gegeven dat het succes van dit soort licenties niet kan worden afgedwongen, maar dat het afhangt van aanvaarding door makers en gebruikers over de hele wereld. Het ligt voor de hand dat dit er ook toe zal leiden dat organisaties als de Free Software Foundation en Creative Commons ook de onderlinge afstemming van licenties zullen verbeteren.
Een belangrijke stimulans voor de kenniseconomie, vooral als het gaat om kleinschalige bedrijven, is dat publiek gefinancierd materiaal standaard onder een passende vrije licentie beschikbaar komt. Vernieuwende bedrijven kunnen dan ook als zij klein zijn met nieuw aanbod op basis van bestaand materiaal komen. Hetzelfde geldt voor particulieren, bijvoorbeeld binnen de Wikimedia-projecten. Kaartmateriaal met plaatsgebonden informatie voor iedereen onder vrije licentie beschikbaar, kan als voorbeeld voor dit soort ontwikkelingen gelden.
Het voorbehouden van auteursrecht voor publiek gefinancierd materiaal zou alleen mogelijk moeten zijn bij uitzondering. Dit zou dan per geval aan een uitdrukkelijk besluit van een volksvertegenwoordiging moeten worden gebonden. Medewerkers van publiek gefinancierde instellingen zouden ook principieel het recht moeten hebben om hun werk onder vrije licentie te publiceren.

(3) Is een benadering op basis van een opsomming van niet-verplichte beperkingen passend in het licht van de evoluerende internettechnologie en de heersende economische en sociale verwachtingen?

Het Groenboek wijst zelf al op de groei van grensoverschrijdende informatieuitwisseling. Voor de Wikimedia-projecten die niet aan landsgrenzen zijn gebonden, zijn verschillen in regelgeving niet werkbaar. Een redelijke oplossing is dat indien een uiting ergens in de EU rechtmatig onder een beperking valt, het gebruik daarvan binnen grensoverschrijdende media niet meer kan worden aangevochten.

(4) Dienen bepaalde categorieën van beperkingen verplicht te worden gesteld om meer rechtszekerheid te waarborgen en de begunstigden van de beperkingen een betere bescherming te garanderen? (5) Zo ja, welke?

Beperkingen zijn wenselijk met betrekking tot:
  • Door c.q. in opdracht van de overheid gemaakte werken.
  • Verweesde werken.
  • Werken die zich in de openbare ruimte bevinden (panoramarecht).

Beperkingen: Specifieke vraagstukken

Beperkingen ten gunste van bibliotheken en archieven

(6) Dient de beperking voor bibliotheken en archieven ongewijzigd te blijven omdat de uitgevers zelf onlinetoegang tot hun catalogi zullen ontwikkelen?

De belangen van bibliotheken en archieven kunnen parallel lopen met die van Wikimedia-projecten. Wikimedia-gebruikers zijn ook gebruikers van bibliotheken en archieven en hebben er in dat opzicht belang bij dat zij hun werk goed kunnen doen. Bibliotheken en archieven hebben een brede publieke functie. Het is onjuist om hun taak alleen te benaderen vanuit het paradigma van de industriële samenleving, gekenmerkt door een scherpe scheiding tussen een grote massa van consumenten en een beperkte groep producenten die vooral belang heeft bij het uitsluiten van gebruik zonder vergoeding. De kennissamenleving wordt in belangrijke mate gedragen door mensen en organisaties die zowel consument als producent zijn en juist belang hechten aan het vrijelijk delen van informatie. Zij hebben evengoed aanspraak op een hoogwaardige rechtsbescherming.

(7) Moeten voor het publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen, musea en archieven licentieregelingen aangaan met de uitgevers om de toegankelijkheid van de werken te verhogen? Zijn er voorbeelden van succesvolle licentieregelingen voor de online toegang tot bibliotheekverzamelingen?

De situatie op dit moment leidt door een gebrek aan harmonisatie tot onduidelijkheid over hergebruik dat is toegestaan omdat het werk in het publieke domein is gevallen. Op dit punt is actieve voorlichting gewenst. Er zijn gevallen bekend waarin publieke instellingen met verwijzing naar het auteursrecht vergoedingen vragen voor het beschikbaar maken van niet auteursrechtelijk beschermde reproducties van werken, die niet meer auteursrechtelijk beschermd zijn. Voor dit soort werken zijn licentieregelingen dus niet nodig.
Vanuit de publieksfunctie van bibliotheken, onderwijs, musea en archieven is het in de informatiesamenleving van wezensbelang dat de licentieregelingen voor deze instellingen en hun gebruikers ook ruimte scheppen om actief (her-)gebruik te maken van hun materiaal. Hierbij valt te denken aan metadata, citaten, beknopte artikelen, plaatjes in beperkte resoluties, samples en dergelijke als publiek domein of onder een vrije licentie beschikbaar komen. Dit geldt nog sterker voor materiaal dat inmiddels deel uitmaakt van het publiek domein. Het is ongerijmd en onaanvaardbaar dat publiek gefinancierde instellingen materiaal uit het publiek domein via het auteursrecht voor het publiek ontoegankelijk maken.
Ook een project als Wikisource is uitdrukkelijk gericht op het ontsluiten van belangrijke bronnen. In feite zijn die hierbij gebruikte vrije licenties een voorbeeld voor het toegankelijk maken van werken. Er is vaak een nadere inspanning nodig om een werk echt toegankelijk te maken. Licentieregelingen van uitgevers die feitelijk dit soort projecten uitsluiten werken dan ook averechts.

(8) Moet het toepassingsgebied van de beperking voor publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen, musea en archieven worden verduidelijkt met betrekking tot:

(a) formaatwijziging;
(b) het aantal kopieën dat toegestaan is volgens de beperking;
(c) het scannen van volledige verzamelingen in het bezit van bibliotheken?

(9) Dient de wet te worden verduidelijkt in verband met de vraag of het scannen van werken in het bezit van bibliotheken met het doel om de inhoud ervan doorzoekbaar te maken op het internet, buiten het toepassingsgebied valt van de huidige beperkingen op het auteursrecht?

(10) Is er nog een wettelijk instrument van de Gemeenschap nodig om het probleem van de verweesde werken te behandelen, dat verder gaat dan de Aanbeveling van de Commissie van 24 augustus 2006 (2006/585/EG)?

Ja. Het auteursrecht is mede bedoeld om verspreiding van werken te bevorderen. De huidige regels leiden tot het tegengestelde effect. Door de onzekerheid wordt in de hand gewerkt dat werken uit beeld raken, zonder dat hiermee belangen van de maker zijn gediend. Een oplossing hiervoor zou zijn om het algemeen automatisch geldende auteursrecht aan een kortere termijn te binden en verlenging daarvan afhankelijk te maken van een vorm van registratie.
Er moet een eenvoudige procedure zijn waarbij het na voldoende zorgvuldig onderzoek mogelijk is een verweesd werk onder vrije licentie opnieuw te publiceren. Als hierbij een 'gelijk delen'-clausule wordt toegepast, kan een naderhand opduikende rechthebbende hier zelfs baat bij hebben: als het werk zo meer aandacht krijgt bestaat de kans dat partijen die het als onderdeel van exclusieve producties willen gebruiken hem voor een licentie benaderen.
Het telkens verlengen van de beschermingstermijn maakt het probleem van de verweesde werken steeds groter. Door de langere tijdsduur zal de inspanning om het werk voor hedendaagse gebruikers toegankelijk te maken vaak toch al groter worden door wijzigingen in zaken als spelling en technologie. Tegelijk wordt het steeds moeilijker om te achterhalen of er nog een rechthebbende is. Cultuurgoed dat minder populair is loopt daardoor een verhoogd risico om feitelijk ontoegankelijk te worden. De voordelen die een beperkte groep rechthebbenden geniet van een langere beschermingstermijn voor een kleine groep populaire werken compenseren niet het maatschappelijk nadeel van het ontoegankelijk worden van een veel groter aantal minder bekende werken.

(11) Indien dat het geval is, moet dit dan gebeuren via een wijziging van de Richtlijn van 2001 betreffende het auteursrecht in de informatiemaatschappij of via een afzonderlijk instrument?

Er moet vooral rechtszekerheid worden geboden aan gewone burgers die te goeder trouw handelen. Hiervoor is de wijze van handhaving vaak belangrijker dan de materiële regeling.

(12) Hoe moeten de grensoverschrijdende aspecten van het vraagstuk van de verweesde werken worden aangepakt om ervoor te zorgen dat de oplossingen waarvoor in de verschillende lidstaten wordt gekozen in de hele EU worden erkend?

Als een werk ergens binnen de EU legitiem gepubliceerd wordt in een grensoverschrijdend medium, moet dit niet in weer in een andere lidstaat kunnen worden aangevochten.
Beperking ten behoeve van mensen met een handicap

(13) Moeten mensen met een handicap licentieregelingen sluiten met de uitgevers om hun toegang tot werken te verbeteren? Zo ja, welke vormen van licentieregeling zouden hier het beste passen? Bestaan er al licentieregelingen om mensen met een handicap een betere toegang te verlenen tot werken?

De kracht van vrije licenties die afgeleid werk toestaan, is dat zij mensen met een handicap non-discriminatoir toegang bieden tot uitingen. Dit levert een omvangrijk pakket op, waarvan verschillende aanbieders en technologieën van toegankelijkheid in vrije concurrentie gebruik kunnen maken. De licenties op Wikimedia-projecten geven iedereen de mogelijkheid om ze door hergebruik beter af te stemmen op bepaalde doelgroepen. Zolang het resultaat maar weer onder een vrije licentie beschikbaar is, kan dit zowel ideëel als commercieel worden opgepakt.

(14) Dienen er dwingende voorschriften te zijn die bepalen dat werken in een welbepaald formaat beschikbaar moeten worden gemaakt voor mensen met een handicap?

Een vrije licentie die afgeleid werk toestaat is veel doelmatiger en toekomstbestendiger dan het voorschrijven van formaten.

(15) Moet er een verduidelijking komen dat de huidige beperking voor mensen met een handicap van toepassing is op andere handicaps dan visuele en auditieve handicaps?

Een vrije licentie die afgeleid werk toestaat is veel doelmatiger en toekomstbestendiger dan het benoemen van handicaps.

(16) Zo ja, welke andere handicaps moeten worden opgenomen als zijnde relevant voor de verspreiding van kennis via het internet?
(17) Moeten de nationale wetgevingen verduidelijken dat aan de begunstigden van de beperking voor mensen met een handicap geen vergoeding mag worden gevraagd voor het gebruik van een werk om dit in een toegankelijk formaat te laten omzetten?
(18) Moet Richtlijn 96/9/EG betreffende de rechtsbescherming van databanken een specifieke beperking bevatten ten gunste van mensen met een handicap die zowel zou gelden voor originele als sui generis databanken?

3.3 Verspreiding van werken voor onderwijs- en onderzoeksdoeleinden

(19) Moet de wetenschappelijke en onderzoeksgemeenschap licentieregelingen afsluiten met uitgevers om hun toegang tot werken voor onderwijs- en onderzoeksdoeleinden te verbeteren? Zijn er voorbeelden van succesvolle licentieregelingen die het online gebruik van werken voor onderwijs en onderzoek mogelijk maken?

Onderwijs en onderzoek zijn bij uitstek voorbeelden van terreinen waar een scheiding tussen rechthebbenden en gebruikers niet vanzelfsprekend is. Docenten zijn van oudsher ook makers van leermiddelen. Het onderwijs heeft daarom ook groot belang bij de ruimte die eindgebruikers wordt geboden (vraag 24). Op basis van vrije licenties zijn niet alleen Wikipedia en WikiWoordenboek ontstaan, maar ook Wikibooks en Wikiversity die uitdrukkelijk op onderwijsdoeleinden zijn gericht. Deze benadering draagt ook bij aan de empowerment en betrokkenheid van personen die zich overal ter wereld bezig houden met het verzamelen en ontwikkelen van onderwijsmateriaal, een van de doelstellingen van de Wikimedia Foundation. Het voordeel van vrije licenties is dat de bureaucratische rompslomp die voortvloeit uit de eis van billijke vergoedingen, wordt vermeden. Voor zover toch billijke vergoedingen worden gehanteerd is het redelijk dat hiervoor ook een redelijk tijdsbestek geldt, waarna het werk vrij bruikbaar wordt.

(20) Moet de beperking voor onderwijs en onderzoek worden verduidelijkt om tegemoet te komen aan moderne vormen van leren op afstand?
(21) Moet er worden verduidelijkt dat de beperking voor onderwijs en onderzoek niet alleen betrekking heeft op materiaal dat in klaslokalen of onderwijsinstellingen wordt gebruikt, maar ook voor gebruik van werken voor thuisstudie?
(22) Moeten er verplichte minimumvoorschriften komen ten aanzien van de lengte van de uittreksels van werken die gereproduceerd of beschikbaar gesteld mogen worden voor onderwijs- en onderzoeksdoeleinden?
(23) Moet er een verplichte minimumvereiste zijn dat de beperking zowel betrekking heeft op onderwijs als op onderzoek?

Door de gebruiker gemaakte inhoud

(24) Moeten er nauwkeuriger regels zijn over de handelingen die eindgebruikers al dan niet mogen verrichten wanneer ze gebruik maken van materiaal dat door het auteursrecht is beschermd?

Nee. Het ontwikkelen van nauwkeurige regels leidt tot een juridisering die op zichzelf schadelijk is voor de ontwikkeling van de kenniseconomie. Binnen het continentale Europese auteursrecht zou meer ruimte moeten zijn voor een open stelsel van beperkingen voor eindgebruikers, vergelijkbaar met de Anglo-Amerikaanse 'fair use'-doctrine. De rechtsonzekerheid die het gevolg is van dit onderscheid belemmert een wereldwijde samenwerking van eindgebruikers. In ieder geval dient er een rechtsingang te bestaan waarbij getoetst kan worden of contractuele afspraken op basis van het auteursrecht geen onevenredige belemmering zijn van de publieke belangen, die het auteursrecht ook beoogt te beschermen.
Een benadering kan zijn om bestaande beperkingen van het auteursrecht als citaat- en panoramarecht een bredere strekking te geven. Om de rechtszekerheid te bevorderen is het wenselijk de totstandkoming te stimuleren van gemeenschappelijke normen en eenvoudige procedures ("wizards") die samenwerking en hergebruik bevorderen door de gebruiker die ze navolgt te vrijwaren van juridische problemen.

(25) Moet er in de Richtlijn een beperking worden opgenomen voor door de gebruiker gemaakte inhoud?

Deze vraag verraadt een vooronderstelling die op gespannen voet staat met het streven de kennissamenleving te ontwikkelen. De ontwikkeling van de kennissamenleving berust in belangrijke mate op mensen en organisaties die zowel rechthebbende als gebruiker zijn en ervoor kiezen werken op voet van gelijkheid met elkaar te delen. Bijvoorbeeld binnen Wikimedia-projecten hebben zij laten zien dat ze het werk van traditionele uitgevers kunnen evenaren of overtreffen. Zij hebben evengoed aanspraak op een hoogwaardige rechtsbescherming. De formulering “door de gebruiker” ziet dit over het hoofd. Deze 'rechthebbende gebruikers' hebben wel belang bij een verruiming van de handelingen die een gebruiker in het algemeen zijn toegestaan (zie ook vraag 24).

Tot slot

De veranderende wijze waarop werken tot stand komen en waarop een groeiende groep auteurs en de samenleving tegen het auteursrecht aankijken, vraagt om een andere benadering van de auteurswetgeving. Het belang van de instandhouding, ontwikkeling en verspreiding van kennis en cultuur dient voorop te staan. De auteurswetgeving dient erop gericht te zijn dat de vooruitgang daarvan wordt bewerkstelligd. De exclusiviteit waarop de huidige auteurswetgeving is gebaseerd, is niet langer vanzelfsprekend en zelfs contraproductief. De huidige en toekomstige omstandigheden vragen om een nieuwe benadering: auteurswetgeving zou minder op exclusiviteit en meer op samen delen en samen ontwikkelen gericht moeten zijn. Het delen van kennis en cultuur is van fundamenteel belang voor de kennissamenleving.

Ondertekening

De Vereniging Wikimedia Nederland hoopt met deze reactie een zinvolle bijdrage te hebben geleverd aan de discussie over dit onderwerp binnen de EU. Wij zijn graag bereid om onze standpunten indien u dat wenst mondeling toe te lichten.

Met vriendelijke groet,

Ellywa
Voorzitter van de Vereniging Wikimedia Nederland
Deze reactie is tot stand gekomen in samenwerking met de leden van de "Groep Groenboek", en is beschikbaar onder de GNU Free Documentation License (GFDL). De inhoud van deze brief mag daarom zonder vooraf toestemming te vragen worden hergebruikt mits het nieuwe product ook onder de GFDL-licentie valt en mits de belangrijkste auteurs worden vermeld. De licentie is hier te vinden: http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html. De auteurs van deze brief staan in de geschiedenis van het artikel Groep Groenboek op de Wikimedia website, zie http://nl.wikimedia.org/w/index.php?title=Groep_Groenboek&action=history.

Reacties door andere chapters

Consultatie ministeries op 2 oktober 2008

Via de woordvoerders voor Wikipedia is de vereniging benaderd om deel te nemen aan een consultatie in Den Haag. De groep Groenboek heeft Marco Swart en Esther H aangewezen om als vertegenwoordigers op te treden. Hieronder staan Marco's impressies van deze bijeenkomst.

Aard van de bijeenkomst

Naast de maatschappelijke organisaties vraagt de EU ook om commentaar op het Groenboek aan de lidstaten. Het ministerie van Justitie is samen met EZ en OCW bezig de reactie van het Nederlandse kabinet voor te bereiden. Die reactie moet ook nog aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Deze consultatie diende om een idee te krijgen van hoe belanghebbenden in Nederland tegen ontwikkelingen in het auteursrecht aankijken. Het is geen formele inspraakprocedure; iedereen kan zich immers direct tot de EU richten. De bijeenkomst was dus vrij informeel: meer bedoeld om te verkennen, dan om harde standpunten uit te wisselen. Ik zal in dit verslag daarom geen namen van personen of organisaties noemen, hoewel ik die met het oog op verdere contacten natuurlijk wel heb vastgelegd.

Aanwezigen

Er waren ongeveer 20 personen aanwezig; we begrepen dat niet alle genodigde organisaties zijn gekomen, maar op basis van de beschikbare ruimte schat ik dat zo'n 80% er wel was, met meestal 1 soms 2 vertegenwoordigers per organisatie. Vertegenwoordigd waren: departementen (Justitie, Economische Zaken, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen), diverse organisaties die de belangen van auteursrechthebbenden behartigen, wetenschappers, bibliotheken, werkgeversorganisaties en een organisatie die literatuur toegankelijk maakt voor gehandicapten.

Algemene indruk

Het was voor Haagse begrippen een redelijk ontspannen bijeenkomst. Er kwamen uiteraard wel meningsverschillen naar voren, maar de discussie bleef zakelijk. Het was duidelijk dat iedereen er meer zat om informatie uit te wisselen, dan om dingen te regelen. Sommige discussies hebben een lange voorgeschiedenis en een aantal aanwezigen was elkaar al vaker tegengekomen. De consultatie werd soepel geleid; het lukte om alle vraagpunten in de geplande 3 uur door te nemen, zonder punten af te raffelen of mensen de mond te snoeren.

Onze inbreng

Wikimedia brengt duidelijk een nieuw geluid, zowel naar inhoud als achterliggende organisatievorm. Onze voorbereiding wierp duidelijk haar vruchten af. We hebben ons niet laten 'opsluiten' in vraag 24, maar op veel meer punten het belang van vrije informatie duidelijk gemaakt. Het concept voor antwoorden op de vragen uit het Groenboek is daarbij leidend geweest. Deze opvattingen werden uiteraard niet door iedereen onderschreven, maar ze werden wel serieus genomen en er waren voor de gekozen benadering zeker medestanders te vinden. Zowel vanuit de wetenschap, bibliotheken als de werkgevers was er meermaals bijval. Over de filosofie en werkwijze achter open programmatuur en vrije informatie in het algemeen en Wikimedia in het bijzonder is nog veel voorlichting nodig. Vooral de mogelijkheid om afgeleide werken toe te staan - ook commercieel – zolang er maar sprake is van 'gelijk delen' ('share alike') vereist meer uitleg. De ministeries waren blij te horen dat wij ook met een eigen reactie naar de EU komen. Het lijkt er ook op dat aanwezigen ook in de toekomst wel contact met ons willen houden.

Zelfregulering

In het Nederlandse overheidsbeleid bestaat een traditionele voorkeur voor 'zelfregulering'. Aan de ene kant sluit dit aan bij het toepassen van vrije licenties, die je als een nieuwe vorm van zelfregulering kunt beschouwen. Aan de andere kant kan 'zelfregulering' ook de vorm aannemen van eenzijdig vastgestelde 'algemene voorwaarden' die afbreuk doen aan wettelijke vrijheden. Voor dat soort gevallen wordt vanuit wetenschappelijke kring bepleit dat de rechter zulke voorwaarden als 'onredelijk bezwarend' onverbindend moet kunnen verklaren.

Fair use

Het is lastig om in de EU direct het principe van 'fair use' zoals dat in de VS bestaat toe te passen. De Nederlandse regering heeft hiervoor bij het totstandkomen van de oorspronkelijke richtlijn wel gepleit, maar dit bleek onhaalbaar. Niet alleen de rechtenorganisaties maakten bezwaar, maar ook andere lidstaten, omdat het eigenlijk niet in het continentale rechtssysteem past. Het lijkt nu kansrijker om de bestaande Europese regels zo uit te werken dat de praktische verschillen met de VS worden opgelost. Zie het volgende punt.

Harmonisatie

Een belangrijk motief van het Groenboek is de gedachte dat verschillen in nationale wetgeving het internationale vrije verkeer van informatie en kennis belemmeren. Dit is een probleem waar Wikimedia uitdrukkelijk mee te maken heeft. Van verschillende kanten werd gesteld dat harmonisatie niet moet betekenen dat bestaande rechten van gebruikers verloren gaan. Een interessante gedachte uit de wetenschap, die aansluit bij onze eigen opvattingen is dat de EU om te beginnen een aantal beperkingen van het auteursrecht uniform voor de hele EU zou moeten regelen. Daarnaast zouden lidstaten de ruimte moeten hebben om nog grotere beperkingen van het auteursrecht te regelen, zolang die voldoen aan de drietrapstoets uit het WIPO-verdrag. Onze aanvulling hierop was dat dan bij grensoverschrijdende projecten de regel moet gelden dat wat tegen in 1 lidstaat rechtmatig is gepubliceerd, niet meer in andere lidstaten mag worden opgetreden. Opvallend was dat hiervoor ook steun van werkgeverszijde kwam.

Begrijpelijk auteursrecht

Onze invalshoek om niet te pleiten voor extra regels, maar liever bestaande regels zo te stroomlijnen dat ook eenvoudige gebruikers er mee uit de voeten kunnen viel breed in goede aarde. Het idee van simpele procedures ('wizards') die voor een gebruiker te goeder trouw ook vrijwaring tegen juridisch geweld opleveren, werd met veel belangstelling en sympathie begroet.

Verweesde werken

Het idee voor een simpele procedure zou ook bij de verweesde werken een oplossingsrichting kunnen zijn. De rechtenorganisaties werken op dit moment aan een soort verzekeringen voor het geval een rechthebbende toch naderhand opduikt. Er moet een mogelijkheid worden gevonden om afgeleide werken zonder premie op vergelijkbare wijze onder vrije licentie te plaatsen. Er leek bij de rechtenorganisaties en de overheid wel interesse te zijn voor verder overleg op dit punt.

Overheidsinformatie

Het vrij beschikbaar komen van overheidsinformatie valt eigenlijk buiten het bestek van het Groenboek, omdat hiervoor een afzonderlijke richtlijn geldt. Het blijft natuurlijk zinnig om elke gelegenheid te benutten om erop te hameren dat de overheid een voortrekkersrol hoort te spelen bij het bieden van vrije informatie.

Reactie Nederlandse overheid

De reactie van de Nederlandse regering is op 4 november 2008 door minister Hirsch Ballin aangeboden aan de Tweede Kamer, zie TK29 838, Nr. 11 Auteursrechtbeleid. Deze reactie is te vinden door te zoeken naar dit nummer via deze link; klik eerst op " zoek uitgebreid" (rechtsbovenin) en vul in voor nummer "29838" en volgnummer "11".